Slow live

Slow live
 
Tijdens de buurtBBQ had ik met een van de buurtjes een gesprek over de wederzijdse moestuin, de eigen groentes en natuurlijke BBQ-en. De buur, een pronte dame, vertelde dat zij eigenlijk niet BBQ-den, maar rookten! Roken? Ik kreeg een hele uitleg over roken en vooral hoe lekker en gemakkelijk het was, en vooral zonder zwart aan de buitenkant en te roze van binnen. “Kom maar eens proeven”, zei ze. Wij dus een weekje later met vier forellen en een paar stukken kip naar de buren een eind verderop in de straat. Ik had mijn huiswerk gedaan en al een hoop informatie tot mij genomen. Ik wist dus dat de vis en de kipfilets van tevoren een paar uur in pekelwater met kruiden gemarineerd moesten worden. De hele middag was ik al in de weer met vissen en kippen, zeezout en kruiden.
 
De buren hebben een soort van prieeltje, bijna helemaal rondom dicht, dat ze logischerwijs ’t tempeltje hebben gedoopt. In het tempeltje staat een gemakkelijke lounge set.  Aan de wand verschillende bierreclames en een rek met heel veel bierblikjes, leeg wel, denk ik! Voor het tempeltje stond het oventje al te branden. “Het vuur moet eerste goed branden voor de houtsnippers erop kunnen. De houtsnippers zijn te koop van verschillende boomsoorten, die elk een eigen aroma afgeven. Voor ze op het vuur gaan moeten ze een tijdje in water hebben gestaan, want dat veroorzaakt juist de rook”, was de wijze les. Het duurde een tijdje voordat het vuur en de snippers goed genoeg brandde en daarna de vissen erop konden. We kregen een demonstratie van twee verschillende manieren om de vis te roken: los op het rooster en als pakketje met groeten.
 
Het roken kon beginnen, maar met een droge witte, een stukje stokbrood met kruidenboter, een keuvelend gesprek in een winddicht tempeltje, verlicht door het zachte licht van olielampen en kaarsjes, was dat goed te doen. Na een dik half uurtje, het is wel slow food, waren de oogjes van de forel mooi wit. De forel in het pakketje had bijna geen rooksmaak en was wat aan de droge kant, de losse forel was sappig en had een aangename rooksmaak. I am unanimous: die was het smakelijkst.
 
Daarna ging de kip op het rooster. Dat duurde langer dan de forel voor die oogjes wit waren, maar ja kip moet wel door en door voor de enge beestjes. En die droge witte doet wonderen.
 
Toen de kip voldoende gerookt was, genoten we van een heerlijk malse kip met een lichte rooksmaak, met erbij natuurlijk …
 
We waren razend enthousiast over deze manier van eten bereiden, want het roken zorgt niet alleen voor een welriekend geurtje en een heerlijke, typische rooksmaak aan vis of kip, maar het is ook heerlijk relaxed.
 
Ja, en dan laat het zich raden wat er nu ook in onze tuin staat!