Simon

Afgelopen week heb ik weer twee etappes op het Pieterpad gelopen door het prachtige Noord-Limburgse landschap. Prachtige routes gekenmerkt door een afwisselend landschap met bossen, akkers, beken en hei met jeneverbesstruwelen. En daartussen Limburgse dorpen en verscholen kapellekes, kasteelkes en kerken. Zo ook in Tienray waar de grote kerk van de Parochie O.L.V. Troosteres der bedrukten staat. De kerk vereert Onze Lieve Vrouw als troosteres der bedrukten, en sinds 1874 als Onze Lieve Vrouw van Lourdes, compleet met Bernadette en Maria in een grot. Vandaar dat de parochie in 1877 de eretitel ‘Klein Lourdes’ kreeg. In deze kerk en in alle andere Maria kapellekes hebben we natuurlijk een kaarsje opgestoken voor iedereen die het nodig heeft. De route voelde daardoor bijna als een pelgrimstocht.
 
Wandelend door het landschap zijn we ook weer heel bijzondere mensen tegengekomen: andere lopers, hondenuitlaters, uitbaters, hardlopers, boeren en stoepjes vegers, groetend, een praatje makend en behulpzaam, zoals een medewerker van ‘Boerenverstand’ die niet wist wat het Pieterpad was, maar die wel, na éen blik op het kleine kaartje uit het boekje, ons feilloos kon vertellen waar wij stonden en dat we de volgende dan rechts moesten. En die mevrouw die haar hondje, vers van de kapper met alleen maar een kwastje aan het eind van zijn lijfje, aan het uitlaten was en ons vertelde dat de omleiding die daar stond aangegeven al een week of drie niet meer nodig was. Dat zijn van die kleine leuke dingen.
 
Zo’n drie kilometer voor het einde van de route, zo tegen halftwee, kwamen we bij een pleisterplaats aan. Koffie, thee, vlaai, soep en tosti stond er op het bord en, heel klein, ‘wc binnen’! Vanwege de wind stond de garagedeur open en voor de auto stond een tafeltje en stoelen, koffie en thee op een kastje ernaast. Omdat ik hoge nood had ging ik eerst naar binnen. De wc was in de bijkeuken en daarachter was de keuken en daar zat ie met zijn blik gericht op zijn erf: Simon. Of we vlaai, soep of een tosti wilden.
 
Ik liep naar buiten en vroeg aan mijn vriendin of ze soep wilde. “Simon vraagt of je soep wilt”, zei ik. Het was tomatensoep, zelfgemaakt met ballen als pingpongballen. Opgediend met geroosterd brood, boter, wat plakjes tomaat en komkommer en een klein trosje druiven.
 
Mijn vriendin wilde weten hoe ik wist dat de man Simon heette. Dat wist ik eigenlijk niet, ik dacht dat ik het op het bord had gelezen, maar daar stond het echt niet op. Ik denk dat ik het associeerde met ‘wc binnen’. Als je er heel snel voorbij loopt lijkt het er wel op, nietwaar?
 
Na met smaakt de soep te hebben verorberd stapte ik naar binnen en vroeg wat we ‘Simon’ schuldig waren. “Dat mag je zelf weten, het is vrije gift, er staat een potje”, zei Simon. Hij deed het al vanaf 1997, iedere dag en als hij niet thuis was, waren er geen vlaai, soep, of tosti, maar stond er wel altijd koffie en thee klaar.
 
Bijzonder toch?