Koken met twee pitjes

Als ik na een vakantie weer thuiskom, ben ik snel weer aan mijn eigen huisje gewend. Wasje draaien, effe douchen en ik ben er weer. Of het nu het tijdsbestek is of weer mijn eigen bed, tja …. Zeven maanden en drie weken is natuurlijk wel een iets langere periode dan een week of twee om uit je huis weg te zijn geweest. Bijkomend feit is dat het huis is veranderd en echt heel heel anders is geworden. Ik ben niet teruggekomen in mijn oude huis, maar in een compleet nieuw huis. Het verhuizen naar het ‘nieuwe voorhuis’ duurt al weer twee weken. Het is wennen in een grotere ruimte, niet alles meer lekker dicht bij elkaar. En het opnieuw inrichten en de juiste plaats vinden voor de spulletjes blijkt best niet makkelijk.
 
Sinds een week slapen we weer in de oude nieuwe slaapkamer. Daar is niet heel veel veranderd, behalve dat er nieuw stucwerk is aangebracht, er geschilderd is en er nieuwe kasten zijn gekomen. Toch was het ook daar wennen, wat een harde bedden. In het achterhuis hadden we onze matrassen op het logeermatras gelegd, hoog en droog. Nu liggen de matrassen weer op de bedbodem en dat was duidelijk te merken. De eerste nacht heb ik niet veel geslapen, draaien en steeds maar weer draaien om een goed plekje te vinden.
 
Ook in de opkamer is het even wennen, vooral aan de nieuwe ingang. Ik wil de opkamer nog wel eens verlaten via het trapje in de keuken, rechts om, maar dat kan nie hè, die deur is er niet meer, dus ik moet links om en ben dan in de kamer.
 
De keuken weer inrichten is echt een ramp, de kastruimte is heel anders dan in de oude keuken en er zijn ook wat minder kasten. Zo ik zet bijvoorbeeld een pot pindakaas in een kast, maar dat blijkt dan in de praktijk helemaal niet handig. En wat is efficiënter: de bestekla links, of rechts van de kookplaat. Ik moet het nog uitvinden. Zo ook met andere keukenlijke zaken. Alles is al verschillende keren van plek veranderd. Alleen de pannen, dat was duidelijk: in het daarvoor bestemde pannenrek!
 
Koken is nog een hoofdstuk apart. Ik werk nog steeds vanuit mijn ‘koken met twee pitjes’ principe. Laatst was ik boontjes aan het koken en ik wachtte tot ze acht minuten kookten om de rijst te kunnen toevoegen. Terwijl ik zo stond te wachten bedacht ik me ineens dat ik nog twee pitjes over had. Snel wilde ik een andere pan met water opzetten om de rijst te koken. Maar bedacht me: voordat het water zou koken en de rijst gaar was zouden de boontjes lichtelijk tot snot zijn verworden. Het bleven die keer weer twee pitjes waarop ik kookte. Het gaat wennen, ik weet het zeker.
 
Elke soort kan weer in z’n eigen pan, dat is tenslotte toch veel makkelijker. Ik heb nu immers vier pitjes tot mijn beschikking!